PGS 31 richtlijn voor opslag van gevaarlijke stoffen

In PGS 31 zijn regels opgenomen voor installaties voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen (anders dan verpakte chemicaliën en brandstoffen). Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn het ontwerpen, bouwen, gebruiken (in werking hebben), onderhouden en inspecteren/(her) classificeren van installaties. Doel is om met deze regels een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu te realiseren. Het vereiste beschermingsniveau is bepaald op basis van de stand der techniek. Deze is bepaald voor de bouwkundige uitvoering van opslagvoorzieningen, brandbestrijdingssystemen (samenstel van preventieve, preparatieven, en repressieve voorzieningen) en arbeidsmiddelen.

De belangrijkste aandachtspunten uit PGS 31 zijn:

  • Overvulbeveiliging
  • Ontwerp en inspectie
  • Opvangvoorziening
  • Enkelwandige opslagtanks moeten beschikken over een vloeistofkerende opvangvoorziening
  • Opslag van ontvlambare vloeistoffen
  • De richtlijn bevat aanvullende voorschriften voor de opslag van ontvlambare vloeistoffen
  • Schuimvormend middel (SVM)
  • Inpandige opslag
  • Aangesloten IBC’s

Installatiecertificaten

In beginsel is bij het opstellen van PGS 31 uitgegaan van BRL-K903/BRL SIKB 7800. Voor bedrijven met een eigen keuringsdienst van gebruikers (NL-KvG) of een inspectiedienst van gebruikers (IvG) mag PGS 34 worden gebruikt voor het uitvoeren van keuringen van tankinstallaties. Een gecertificeerde installateur blijft degene die volgens het BRL-K903 /BRL SIKB 7800-schema de installatie keurt, reparaties uitvoert of wijzigingen aan de installatie aanbrengt die ook vermeld moeten worden op het installatiecertificaat, en herbeoordelingen uitvoert.

Bij drukloze opslag van vloeistoffen in tanks kan voor wat betreft de technische integriteit, afhankelijk van het type tank en de condities, PGS 34 van toepassing zijn op het primaire toestel plus leidingen en het onderhoud. Voor de overige aspecten is PGS 31 van toepassing. Voor situaties waarin PGS 31 en PGS 34 beide aan de orde zijn, zijn in de PGS 31 de aandachtspunten benoemd. Voor alle aspecten die niet door de PGS 34-systematiek worden geborgd, gelden de voorschriften uit PGS 31.

Voldoen uw tanks aan de nieuwe PGS 31 richtlijn?

Beschikt uw bedrijf over een tank waarin opslag plaatsvindt van een – al dan niet brandbare – gevaarlijke chemische vloeistof die moet voldoen aan de richtlijn PGS 28, 29 of de PGS 30? Mogelijk vallen de aanwezige stoffen in uw tanks of andere opslagvoorzieningen dan inmiddels onder de richtlijn PGS 31. Het bevoegd gezag kan dan uw vergunning actualiseren waardoor de richtlijn PGS 31 voor u van kracht wordt. Ook wanneer de tanks herkeurd moeten worden, kan dit aanleiding zijn om te bezien of er een installatiecertificaat nodig is in het kader van de richtlijn PGS 31.

Wat kan Hamer voor u betekenen:

  • Het beoordelen van uw bestaande, niet gecertificeerde installatie(s), op basis van de geldende PGS voorschriften in uw vergunning inclusief opstellen van een RI&E of PRI&E.
  • Het keuren en eventueel aanpassen van uw bestaande installatie(s) zodat er een installatiecertificaat afgegeven kan worden en de installatie(s) daarmee voldoet aan de gestelde richtlijnen.
  • Het, eventueel, verzorgen van noodvoorzieningen gedurende de periode van keuring.
  • Herstel en aanpassen van gecertificeerde installaties.
  • Nieuwbouw van onder- en bovengrondse opslaginstallaties volgens PGS 28, 29, 30, 31 en BRL-K903/SIKB 7800 inclusief ontwerp en engineering.
  • Uitvoeren van verplichte jaarlijkse inspecties c.q. controles volgens BRL-K903/08.

 

Hebt u vragen over PGS 31 of wilt u weten of PGS 31:2018 consequenties heeft voor uw inrichting, neem dan contact op met onze heer Hans ter Maten.

Hans ter Maten
Commercieel Technisch Adviseur

Interesse in PGS 31?

Meer weten over PGS 31 of benieuwd naar de mogelijkheden voor uw bedrijf?