Certificatieplicht bovengrondse opslag gevaarlijke vloeistoffen moet blijven

← Vorige

Categorie: Algemeen

In het ontwerp Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), een van de uitvoeringsregelingen onder de nieuwe Omgevingswet, is de beleidskeuze gemaakt om de certificatieplicht voor de bovengrondse opslag van diesel, huisbrandolie en diverse zuren en basen niet langer verplicht te stellen.

Gerwin Klok, VTI-branchemanager, sprak met Fons Jans, onze Algemeen Directeur en voorzitter van de Vereniging van Tankinstallateurs (VTI), over de deze wijziging. Fons is namelijk van mening dat deze plicht moet blijven:

“Voordeel van certificering is de waarborg dat de installatie aantoonbaar met de nodige expertise wordt gerealiseerd en dat het bevoegd gezag dankzij het certificatenregister een volledig overzicht heeft van alle locaties waar stoffen zijn opgeslagen die gevaarlijk kunnen zijn voor mens of milieu.’’

Lees hieronder het volledige persbericht.


PERSBERICHTVTI

Nieuwegein, 24 april 2017

Minder regels niet altijd wenselijk
Certificatieplicht bovengrondse opslag gevaarlijke vloeistoffen moet blijven

Het voornemen van de overheid om de certificatieplicht bij de opslag van diesel, huisbrandolie, maar ook oxiderende, bijtende of aquatoxische zuren en basische vloeistoffen in bovengrondse opslagtanks te laten vervallen en de zorgplicht hiervoor bij de eigenaar-gebruiker neer te leggen, is een schoolvoorbeeld van ongewenste deregulering. Het zorgt er namelijk voor dat de professionele en specialistische kennis die nodig is om te beoordelen of de opslagtanks voldoen aan alle specifieke bodembeschermende eisen, niet meer gebruikt gaat worden. Met alle risico’s van dien en een verzwaring van de handhavingstaak van de gemeenten. Dit zegt Fons Jans, voorzitter van de Vereniging van Tankinstallateurs (VTI).

Op dit moment zijn instellingen die in bovengrondse tanks bedrijfsmatig gevaarlijke of brandbare vloeistoffen opslaan verplicht deze te laten installeren en onderhouden door daartoe speciaal gecertificeerde bedrijven.
Jans: “Voordeel van certificering is de waarborg dat de installatie aantoonbaar met de nodige expertise wordt gerealiseerd en dat het bevoegd gezag dankzij het certificatenregister een volledig overzicht heeft van alle locaties waar stoffen zijn opgeslagen die gevaarlijk kunnen zijn voor mens of milieu. Het gaat om stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voorplanting verstoren of zich in de voedselketen ophopen. Dit overzicht maakt gericht toezicht mogelijk, maar betekent ook dat in geval van onverhoopte calamiteiten door hulpdiensten de juiste repressiemaatregelen kunnen worden toegepast. Bovendien maakt het certificatenregister het mogelijk om noodzakelijke modificaties door te voeren. Ook gelet op Arbobepalingen is het loslaten van de certificatieplicht niet verstandig.”

In het ontwerp Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL), een van de uitvoeringsregelingen onder de nieuwe Omgevingswet, is de beleidskeuze gemaakt om de certificatieplicht voor de bovengrondse opslag van diesel, huisbrandolie en diverse zuren en basen niet langer verplicht te stellen. De wetgever baseert zich hierbij op een vertrouwelijk RIVM-rapport waaruit zou blijken dat diesel geen gevaar voor de omgeving vormt in geval van brand. Ook wil de wetgever dat de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming wordt geïmplementeerd in het BAL en daarin is geen certificatieplicht voor bovengrondse opslag opgenomen. Een vreemde redenering, want in opdracht van diezelfde overheid hebben breed gedragen expertcommissies de PGS 30 en PGS 31 richtlijnen specifiek voor tankinstallaties opgesteld die vanuit een risicobenadering, maar ook uit efficiency overwegingen juist voor certificering pleiten. Bovendien is brand niet het enige risico bij de opslag van gevaarlijke stoffen.

“Het streven naar minder regels is een goed uitgangspunt, maar in sommige gevallen moeten wij dat met elkaar niet willen. De regels die nu gelden voor de opslag van diesel en huisbrandolie zijn door schade en schande ontstaan en vanuit het besef dat ook deze vloeistoffen echt niet meer in onze bodem terecht mogen komen”, aldus Fons Jans.


VTI
De Vereniging van Tank Installateurs (VTI) is de branchevereniging voor bedrijven die zich bezighouden met het ontwerpen, onderhouden en saneren van bovengrondse en ondergrondse tankinstallaties. Deze tankinstallaties worden gebruikt voor de opslag van brandstoffen, chemicaliën en voedingcomponenten. Deze installaties vindt u o.a. bij tankstations voor het wegverkeer, in de industrie, in de utiliteitsbouw, in jachthavens en op luchthavens. Vrijwel alle toonaangevende bedrijven die in deze sector actief zijn, zijn lid van de VTI.


Noot voor de redactie: Voor meer informatie kunt u contact opnemen met VTI-branchemanager Gerwin Klok, vti@metaalunie.nl.